Financiële ontwikkeling per beleidsdoel
Beleidsdoel | Rekening | Begroting | Begroting | Rekening | Verschil | |
|---|---|---|---|---|---|---|
P3-1 | Waterveiligheid en klimaatadaptatie | -4.160 | -6.263 | -4.891 | -4.890 | 1 |
P3-2 | Zoetwatervoorziening goede kwaliteit | -938 | -1.276 | -1.499 | -1.681 | -182 |
P3-3 | Bodem- en grondwatersysteem is schoon | -2.109 | -2.636 | -2.271 | -1.758 | 513 |
P3-4 | De leefomgeving is gezond en veilig | -16.103 | -16.314 | -15.897 | -14.586 | 1.311 |
P3-5 | Bodemdaling en broeikasgasuitstoot | -585 | -4.726 | 168 | -500 | -668 |
Totaal | Bodem, water en milieu exploitatie | -23.895 | -31.215 | -24.391 | -23.415 | 976 |
Onttrekkingen | 5.259 | 1.487 | 6.324 | 2.367 | 3.957 | |
Stortingen | 133 | 8.764 | 5.368 | 3.396 | ||
Totaal mutaties reserves | 5.125 | 1.487 | -2.440 | -3.001 | 561 | |
Totaal | Bodem, water en milieu exploitatie | -18.770 | -29.728 | -26.831 | -26.416 | 415 |
Beleidsmatige ontwikkeling
P3-1 | Activiteit | Planning | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
3.1.1 | De waterkeringen zijn op orde, en de provincie is beter voorbereid op de gevolgen van overstromingen |
|
| |||
3.1.1.1 | Besluitvorming en implementatie water en bodem sturend met betrekking tot buitendijks bouwen. Aanpassing van de instructieregel (2.16) in de omgevingsverordening op basis van water en bodem sturend. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.1.1.2 | Vaststellen door GS van de geactualiseerde overstromingsgevaar- en risicokaarten. Dit in het kader van de Richtlijn Overstromingsrisico’s (ROR) en de uitwerking daarvan in het Overstromingsrisicobeheerplan (ORBP). |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.1.1.3 | ·Rapportage over de resultaten van de bovenregionale stresstest inclusief impactanalyse. Dit wordt samen met onze partners uitgevoerd. De bovenregionale stresstest maakt inzichtelijk wat de effecten zijn van een langdurige en intensieve regenbui op het watersysteem. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.1.2 | Meekoppelkansen bij dijkversterking zijn vaker benut |
|
| |||
Binnen het programma Mooie Veilige Dijken hebben we in 2025 samen met de waterschappen en andere gebiedspartners gewerkt aan het verbeteren van de omgevingskwaliteit bij dijkversterkingprojecten in Sterke Lekdijk en Streefkerk-Ameide-Fort Everdingen. In deelprojecten is gewerkt aan ontwerp en kostenraming van de diverse meekoppelkansen. De realisatiefase van het traject Wijk bij Duurstede-Amerongen is gestart. De samenwerkingsstructuur is vereenvoudigd en er is actueel totaaloverzicht opgesteld van de dijkversterkingstrajecten met planning en ramingen van de meekoppelprojecten. Uit de geactualiseerde planning blijkt dat niet alle meekoppelprojecten voor eind 2027 gerealiseerd kunnen worden. De realisatie van enkele deelprojecten kan doorlopen tot in 2030. Deze doorlooptijd wordt veroorzaakt door procestijd van grondverwerving en complex hindermanagement | ||||||
3.1.2.1 | Schetsontwerpen en ramingen van de meekoppelkansen in de dijktrajecten Nieuwegein en Jaarsveld-Klaphek. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
Voor het traject Jaarsveld-Klaphek zijn schetsontwerpen en ramingen opgesteld en is gestart met het detailontwerp. In het traject Nieuwegein is het waterschap gestart met opstellen van een schetsontwerp. Voor de uitwerking van de Rijkshulpschutsluis en Oude Sluis Vreeswijk is vanwege de (omgevings)technische complexiteit een langere doorlooptijd nodig. | ||||||
3.1.2.2 | Afronden detailontwerp van de meekoppelkansen in dijktraject Culemborgse Veer-Beatrixsluis. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
Het Icoongebied Hollandse Waterlinies (UNESCO Werelderfgoed) waaronder de Inlaatsluis fort Honswijk en andere elementen van de Nieuwe Hollandse Waterlinie is uitgewerkt tot een vergunningenontwerp. Vanwege nog lopende gesprekken over meerkosten is de start van het detailontwerp uitgesteld naar 2026. | ||||||
3.1.3 | De fysieke leefomgeving wordt beter voorbereid op klimaatverandering |
|
| |||
Eind 2024 is het Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2025-2028 tot stand gekomen. Het jaar 2025 is dus het eerste jaar waarin dit nieuwe programma wordt uitgevoerd. Het programma bevat 21 doelen en 63 daaraan verbonden specifieke acties. [Een aantal doelen hebben extra aandacht gehad in 2025. Dat geldt onder meer voor het onderwerp wijkenaanpak, bedrijventerreinen, infrastructuur, monitoring en de interne verankering. Daarnaast is voor ruim €1,9 miljoen aan subsidies uitgekeerd in het kader van de subsidieregeling Groene, Gezonde en Klimaatbestendige steden en dorpen. Daarmee blijft deze regeling een doorslaand succes en wordt een concrete bijdrage geleverd aan het klimaatbestendiger maken van de provincie Utrecht. ] | ||||||
3.1.3.1 | Afhankelijk van de activiteiten uit het nog vast te stellen 2e Uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie 2025-2028. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
P3-2 | Activiteit | Planning | ||||
3.2.1 | Voor het oppervlaktewater bereiken we de KRW-doelen in 2027 |
|
| |||
3.2.1.1 | Vaststellen definitief Handelingsperspectief KRW door GS. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.2.1.2 | Besluit over regelgeving gewasbeschermingsmiddelen. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
In Uitvoeringsprogramma KRW beschrijven de acties voor het reduceren voor gewasbeschermingsmiddelen ten behoeve van de waterkwaliteit. | ||||||
3.2.1.3 | Inbreng KRW-vereisten in het UPLG en de gebiedsagenda’s van de Gebiedsgerichte Aanpak landelijk gebied. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.2.2 | De zoetwatervoorziening is robuuster en beter op orde en de waterketens zijn meer circulair |
|
| |||
3.2.2.1 | Inbreng leveren van kennis en maatregelen voor het Deltabesluit in 2026 voor de nieuwe Deltaregio Centraal Holland. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.2.2.2 | Aanvullende maatregelen voor het verbeteren van de waterhuishouding op en rondom de Utrechtse Heuvelrug. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
P3-3 | Activiteit | Planning | ||||
3.3.1 | De bodem- en grondwaterkwaliteit is verbeterd en beter beschermd |
|
| |||
In 2025 zijn we gestart om meer zicht te krijgen op potentiële bronnen van PFAS. We zijn gestart met het onderzoeken van de kwaliteit van regenwater (link naar nieuwsartikel Onderzoek naar PFAS in regenwater gestart | provincie Utrecht). De eerste resultaten verwachten we begin 2026. Ook hebben we samen met zes andere provincies en VEWIN CLM opdracht gegeven om meer zicht te geven op het gebruik van PFAS-pesticiden in de landbouw. Wij hebben u over de aanbeveling van dit onderzoek geïnformeerd op 9 december 2025 (link naar Aanpak PFAS-pesticiden). In het vastgestelde uitvoeringsprogramma impuls KRW staan maatregelen die bijdragen aan het verbeteren van de grondwaterkwaliteit (link naar Uitvoeringsprogramma Impuls Kaderrichtlijn Water 2025 – 2027 Provincie Utrecht). | ||||||
3.3.1.1 | Advies over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in grondwaterbeschermingsgebieden en voorbereiden voor bespreking of besluitvorming voor PS. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
We zijn samen met belanghebbende stakeholders een joint fact finding gestart. Het feitenonderzoek wat hieruit volgt is begin 2026 klaar en is de basis voor het advies dat medio 2026 ter bespreking naar GS gaat. Uiteindelijk moet PS besluiten over een verbod via een wijziging van de provinciale verordening. | ||||||
3.3.1.2 | Geactualiseerde gebiedsdossiers drinkwaterwinlocaties. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
De gebiedsdossiers drinkwaterwinningen zijn bijna gereed. Het gebiedsdossier bevat informatie over de waterwinning, een beschrijving van de risico's voor de (grond)waterkwaliteit en –kwantiteit bij de winning en welke opgaves er zijn om de winning beter te beschermen. Na een ambtelijke bespreking in januari, zijn de gebiedsdossiers definitief in maart 2026. De definitieve gebiedsdossiers worden via de website gepubliceerd. | ||||||
3.3.1.3 | Aanpak van de nog 41 overgebleven spoedlocaties voor bodem- en grondwaterlocaties in de provincie Utrecht, waar de provincie bevoegd gezag is. Daarnaast meer inzicht in PFAS verontreinigde locaties en aanpak van de laatste tuinen in de Ronde Venen in het kader van diffuus lood. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.3.2 | Duurzaam (gebiedsgericht) gebruik van bodem en ondergrond is geborgd |
|
| |||
In 2025 hebben we het Uitvoeringsprogramma bodem en ondergrond 2025-2027 vastgesteld. We hebben met gemeenten samengewerkt aan optimaal gebruik van de ondergrond voor bodemenergie, door een bijdrage te leveren diverse bodemenergieplannen, een onderzoek van de gemeente Utrecht naar middelhogetemperatuuropslag en verkenning van de mogelijkheid voor hogetemperatuuropslag. Met de Geologische Dienst, onderdeel van TNO, hebben we een pilot uitgevoerd om complexe data en grote hoeveelheden informatie in te zetten voor provinciale vraagstukken rond gebruik van de ondergrond zowel als bron voor de drinkwatervoorziening als voor de warmtetransitie. Begin 2025 vond een onderzoeksboring aardwarmte (geothermie) plaats bij De Bilt, die samen met andere nieuwe informatie meer duidelijkheid heeft gegeven over de mogelijkheden voor aardwarmte in de provincie. Op het snijvlak met het programma 4 helpen we gemeenten en RES-regio’s om kansen voor bodemenergie en aardwarmte te duiden en op te pakken. | ||||||
3.3.2.1 | ·Adviezen aan het Rijk bij vergunningaanvragen voor aardwarmte. We zorgen ervoor dat regionale en lokale belangen meegewogen worden bij het verlenen van vergunningen en de uitvoering van aardwarmteprojecten. Op deze manier dragen wij bij aan een veilige en verantwoorde ontwikkeling van aardwarmte. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.3.2.2 | Inzichtelijk gemaakt van de relatie tussen boven- en ondergrondse belangen en dit mee kunnen nemen in de herziening van de Omgevingsvisie. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.3.3 | Zorg dragen voor voldoende grondwater voor de functies openbare drinkwatervoorziening, menselijke consumptie, natuur en landbouw |
|
| |||
In 2025 hebben we samen met Rijkswaterstaat, Vitens, Waterschap Vallei en Veluwe, Waterschap Zuiderzeeland, Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden, Provincie Gelderland, Provincie Flevoland opdracht gegeven om het grondwatermodel voor Midden Nederland verder door te ontwikkelen. Met dit model kunnen we grondwaterstromingen beter voorspellen en hebben we meer inzicht gekregen in het watersysteem. We hebben de staten op 3 september 2025 geïnformeerd over circulair watergebruik. Onze visie op circulair watergebruik werken we uit in het Beleidsprogramma Bodem en Water 2028-2033. Op 22 september 2025 is de Drinkwaterraad gestart (link naar artikel Nieuwe raad moet toekomstig drinkwatertekort voorkomen | provincie Utrecht) . De Drinkwaterraad werkt aan een robuuste en toekomstbestendige drinkwatervoorziening voor Utrecht. | ||||||
3.3.3.1 | Advies aan de stuurgroep Blauwe Agenda voor het uitbreiden van het uitvoeringsagenda Blauwe Agenda gericht op het omgaan met zeer natte periode op de Utrechtse Heuvelrug. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.3.3.2 | Voortgangsrapportage Utrechts actieplan drinkwaterbronnen. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.3.3.3 | Concrete maatregelen voor het verbeteren van het hydrologisch systeem nabij N2000 gebieden (gefinancierd vanuit het maatregelenpakket 4 Natura 2000-gebieden en overgangszones). |
| ||||
Resultaat: | ||||||
P3-4 | Activiteit | Planning | ||||
3.4.1 | Er zijn meer adviezen gegeven en initiatieven genomen voor een gezonde leefomgeving |
|
| |||
We hebben gemeenten en partners ondersteund bij het versterken van een gezonde en veilige leefomgeving door kennis, instrumenten en advies beschikbaar te stellen. Met onder andere de gezondheidsscan, handreikingen voor geur & luchtkwaliteit en geurkaarten helpen we gezondheid beter mee te wegen in ruimtelijke keuzes. Daarnaast werken we samen met gemeenten, kennisinstellingen en andere partners aan innovatieve projecten en maatregelen die bijdragen aan schonere lucht en een betere leefomgeving voor inwoners van de provincie Utrecht. | ||||||
3.4.1.1 | De inzet van de gezondheidsscan bij de advisering over een gezonde en veilige leefomgeving. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.1.2 | De implementatie van een visualisatie instrument bij zoveel mogelijk gemeenten in de provincie Utrecht (Gezonde GebiedsOntwikkeling-instrumentarium), waarmee gemeenten inzicht krijgen in ruimtelijke keuzes voor de gezondheid van hun inwoners. Denk aan de aanleg en aanwezigheid van bomen. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.1.3 | Daarnaast wordt er gewerkt aan een handreiking geur voor gemeenten. We werken hier samen met gemeenten aan. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.2 | De luchtkwaliteit is beter en komt dichter bij de WHO-advieswaarden |
|
| |||
In het kader van het verbeteren van de die naderen aan de WHO-advieswaarden, beleidslijnen en een routeplan voor 2030 zijn verder ontwikkeld in lijn met de nieuwe EU-grenswaarden. Door middel van analyse van rapporten van het RIVM is in beeld gebracht wat met de nieuwe Europese richtlijn haalbaar en noodzakelijk is, daarvoor zijn met de samenwerkingspartners binnen het Schone Lucht Akkoord afspraken gemaakt over te nemen maatregelen. Uitvoeringsmaatregelen zoals elektrificatiepunten voor binnenvaartschepen en samenwerking met gemeenten op het gebied van houtstook zijn ondersteund door participatie- en innovatieprojecten, waaronder citizen science-initiatieven voor luchtkwaliteit en tv spot mbt houtstook. | ||||||
3.4.2.1 | Implementatieplan EU-richtlijn lucht (WHO-richtlijn 2005 + NOx norm naar 20 mg) en EU-richtlijn industriële emissies, in overeenstemming met rijksbeleid. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.2.2 | In 2030 zijn de SLA doelstellingen gerealiseerd. Opladen van elektrische schepen in mogelijk gemaakt in provincie Utrecht en uitstoot PM en PAK van houtstook is beperkt in 25 % van de gemeenten. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.2.3 | Knelpunten wegen/mobiliteit en mogelijke maatregelen gedetailleerd in beeld gebracht aan de hand van de nieuwe EU waarden en worden gebruikt in de beleidsadvisering. Bewustzijn t.a.v. de lokale luchtkwaliteit wordt vergroot en werkt door in het handelingsperspectief van de inwoners. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.3 | Er zijn minder geluidbelaste woningen en stiltegebieden zijn beter beschermd |
|
| |||
Deze nieuwe saneringstaak is opgenomen in het Actieplan Geluid dat in 2025 is vastgesteld. Vanuit mobiliteit worden maatregelen getroffen aan de weg, zoals stil asfalt en geluidsschermen, Vanuit geluid zijn we de isolatie opgave aan woningen in kaart gebracht en zijn we de uitvoering hiervan aan het voorbereiden. De stiltegebieden zijn qua aantallen en geluidsbelasting hetzelfde gebleven. Er is een evaluatie voor stiltegebieden uitgevoerd. | ||||||
3.4.3.1 | Verminderen van de geluidbelasting bij de hoog belaste woningen en starten met de voorbereidingen van de wettelijke saneringstaak onder de Omgevingswet. De kwaliteit en omvang van stiltegebieden wordt gewaarborgd, en de totale oppervlakte van de stille kernen blijft gehandhaafd; |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.3.2 | Vaststellen van de wettelijke Geluidproductieplafonds (GPP’s) en de daaraan gekoppelde Saneringslijst. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.3.3 | Uitvoeren van ten minste 3 projecten binnen de Samenwerkingsagenda geluid. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.4 | De overlast van vliegverkeer is minder geworden |
|
| |||
Er is een regio-breed gedragen gebiedsadvies over vliegverkeer opgesteld en aan het ministerie van I&W verzonden. Vliegtuigbewegingen en de bijbehorende gezondheidseffecten zijn gemonitord. Er is onderzocht welke aanpassingen aan het eigen kleine luchtvaartbeleid mogelijk en wenselijk zijn om de hinder beperkt te houden. | ||||||
3.4.4.1 | Een gebiedsadvies met de regio voor de luchtruimherziening van het Rijk. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.4.2 | Monitoringsrapporten van het aantal vliegtuigbewegingen, gekoppeld aan de resultaten uit de gezondheidsmonitor van de GGD op gebied van luchtvaart. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.4.3 | Aangepaste beleidsregels van de kleine luchtvaart provincie Utrecht. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.5 | De inclusieve breedtesport in de openbare ruimte en op duurzame sportaccommodaties is sterker |
|
| |||
Dit jaar was het laatste jaar van uitvoering van het beleidskader Sport en Bewegen 2021-2025. Eind 2025 is nieuw beleid voor sport en bewegen vastgesteld in het Omgevingswetprogramma Recreatie, Toerisme, Sport en Bewegen 2026–2029. | ||||||
3.4.5.1 | Een vastgesteld beleid, eind 2025, aansluitend op het aflopende beleidskader Sport & Bewegen 2021-2025. Het nieuwe beleid wordt opgenomen in het Omgevingswetprogramma Recreatie en Toerisme 2026-2029 (zie 8.2). |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.5.2 | De kennis van het netwerk van het Provinciaal Sportakkoord Utrecht is vergroot door het delen van praktijkvoorbeelden uit de drie kennissessies Sport en bewegen in de openbare ruimte. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.5.3 | Afronden van subsidieproject de Utrechtse Plus, waarmee in totaal zo'n 100 sportverenigingen in de gehele subsidieperiode (2023-2025) zijn ondersteund bij het verduurzamen van hun accommodatie. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.6 | De externe veiligheid is beter gewaarborgd |
|
| |||
De externe veiligheid is beter gewaarborgd, door de uitvoering van de ontwikkelde handreiking ruimtelijke ordening en externe veiligheid en waar nodig aangevuld in gemeentelijke plannen. | ||||||
3.4.6.1 | De in 2024 met omgevingsdiensten en gemeenten ontwikkelde handreiking ruimtelijke ordening en externe veiligheid wordt geïmplementeerd in de visie en planvorming van gemeenten en waar nodig aangevuld. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.6.2 | Het inzicht in het vervoer van gevaarlijke stoffen wordt up to date gehouden door het In 2025 uitvoeren van het vijfjaarlijkse monitoringsonderzoek naar het vervoer van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke en provinciale wegen in de provincie Utrecht. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.6.3 | De gevolgen van de energietransitie op de risico’s verbonden aan het vervoer, be- en verwerken en opslaan van waterstofdragende stoffen zoals ammoniak en LOHC zal inzichtelijk worden gemaakt voor de provincie Utrecht. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.7 | De uitvoering van de VTH-taken is inhoudelijk en financieel beter geborgd |
|
| |||
De uitvoering van de VTH-taken zijn inhoudelijk en financieel verbeterd door het volgen van het Uitvoeringsprogramma VTH 2025. Daarnaast is de en het monitoring op doelen uit de Uitvoering- en Handhavingsstrategie verbeterd. Er is bijgedragen aan het proces van het realiseren van één gezamenlijke omgevingsdienst in Utrecht, dit is gerealiseerd. | ||||||
3.4.7.1 | Rapportage uitvoeringsresultaten van alle VTH taken inclusief kwaliteitscriteria. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.4.7.2 | Uitvoeringsprogramma 2026 voor Omgevingsdienst Utrecht, ODNZKG en interne taken. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
P3-5 | Activiteit | Planning | ||||
3.5.1 | Er is meer kennis beschikbaar om bodemdaling en broeikasgasuitstoot te beperken |
|
| |||
[toelichting wat we gedaan hebben] | ||||||
3.5.1.1 | De opgedane kennis wordt gebruikt voor het optimaliseren van de maatregelen, die in gebiedsprocessen worden genomen, waarmee de broeikasgasuitstoot wordt verminderd. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
3.5.2 | Door uitvoeren maatregelen via gebiedsprocessen is bodemdaling en broeikasgasuitstoot verminderd |
|
| |||
Uit een eerste evaluatie blijkt dat slechts 4% van het doel is bereikt. Daarom hebben we in de Omgevingsvisie en het Ontwerp-UPLG de ambitie vastgelegd om sterker te sturen op het verhogen van grondwaterstanden in veenweidegebieden. Hiervoor blijven we inzetten op het stimuleren van de aanleg van infiltratiesystemen via subsidies en onderzoeken we in de Taskforce Veenweiden hoe we ons (ruimtelijk) instrumentarium kunnen inzetten om de drooglegging in veenweidepolders te verkleinen. In 2026 geven we nader invulling aan deze aanpak. | ||||||
3.5.2.1 | Bodemdalingremmende maatregelen zijn genomen en de broeikasgasuitstoot is verminderd (minimaal 400ha in 2025). |
| ||||
Resultaat: | ||||||
In de Statenbrief ‘Voortgang aanpak bodemdaling en veenweide’ van 8 juli 2025 is gerapporteerd over de voortgang in 2024 en het eerste halfjaar van 2025. In 2024 lag op ongeveer 650 hectare een waterinfiltratiesysteem. In 2025 weliswaar enkele projecten en verkenningen gestart om infiltratiesystemen aan te leggen maar in 2025 zijn geen projecten afgerond. We verwachten dat in 2026 een aantal projecten worden afgerond. | ||||||
3.5.2.2 | Er wordt voldaan aan de doelstelling van de reductie van de broeikasgasuitstoot uit de veenweiden uit het klimaatakkoord. In 2030 moet de uitstoot in het jaar 2030 0,09 Mton minder zijn dan de uitstoot in het referentiejaar 2016. |
| ||||
Resultaat: | ||||||
We hebben in 2025 geïnventariseerd hoeveel broeikasgasuitstoot is vermeden door het ophogen van grondwaterpeilen en de inzet van waterinfiltratiesystemen. Uit deze inventarisatie bleek dat ongeveer 1,8 Kton is gereduceerd met de aanleg van infiltratiesystemen en ongeveer 0-2 Kton via peilaanpassingen. Daarmee hebben we 4% van de doelstelling voor 2030 bereikt. Nieuwe berekeningen van de broeikasgasreductie worden meegenomen in het monitoringsplan die wij hiervoor ontwikkelen. | ||||||
