Bijlagen niet ter vaststelling

4. Klimaat en Energietransitie

Financiële ontwikkeling per beleidsdoel

Beleidsdoel

Rekening
2024

Begroting
2025
Primitief

Begroting
2025
Bijgesteld

Rekening
2025

Verschil

P4-1

Verduurzaming gebouwde omgeving

-3.854

-4.775

-7.536

-7.270

266

P4-2

Duurzame elektriciteit

-1.586

-1.544

-2.886

-2.571

315

P4-3

Toekomstbestendig energiesysteem

-1.895

-4.027

-3.423

-2.649

774

P4-4

Energie-infrastructuur

-289

-622

-526

-277

249

P4-5

Circulaire Samenleving

-1.389

-315

-2.776

-2.144

632

P4-6

Klimaatneutrale Samenleving

-580

-455

-500

-359

141

Totaal

Klimaat en Energietransitie exploitatie

-9.593

-11.738

-17.647

-15.270

2.377

Onttrekkingen

3.870

1.250

2.620

Stortingen

6.745

4.000

4.000

2.845

1.155

Totaal mutaties reserves

-6.745

-4.000

-130

-1.595

1.465

Totaal

Klimaat en Energietransitie exploitatie

-16.337

-15.738

-17.777

-16.865

912

Beleidsmatige ontwikkeling

P4-1

Activiteit

Planning

4.1.1

De ondersteuning van inwoners voor energiebesparing is beter (door o.a. gemeenten, woningcorporaties en Verenigingen van Eigenaren)

In 2025 is het Energie Diensten Centrum (EDC) verder uitgebouwd. De bestaande uitvoeringsprogramma’s, waaronder het Meerjarig Collectief Ontzorgen (MCO), zijn verder gegroeid. Er zijn twee nieuwe programma’s gestart, waaronder een collectieve VvE-aanpak. Daarnaast is met het Energiepunt de gemeentelijke dienstverlening aan inwoners versterkt. Inwoners worden hierdoor beter en eenduidiger geïnformeerd over energiebesparing en verduurzaming. In 2025 is ook gewerkt aan de toekomstige governance van het EDC. Implementatie volgt in 2026.

4.1.1.1

Start van een provinciaal VvE ondersteuningsplatform en VVE programma binnen EDC.

Resultaat:

4.1.1.2

Aansluiting van minimaal 4 nieuwe gemeenten bij het MCO-programma.

Resultaat:

4.1.1.3

Er is actuele informatie beschikbaar voor particuliere verhuurders over regelgeving en subsidies voor verduurzaming.

Resultaat:

4.1.1.4

Ten minste 18 gemeenten maken gebruik van het dataplatform.

Resultaat:

Het provinciale dataplatform waar het EDC gebruik van gaat maken, bevond zich in 2025 nog in de realisatiefase. Voor de ontwikkeling en bouw van het platform was een aanbesteding nodig, die in 2025 vertraging heeft opgelopen. Daardoor konden gemeenten het dataplatform in 2025 nog niet gebruiken. In de loop van 2025 is binnen het EDC wel gestart met de voorbereiding, zodat implementatie en gebruik door gemeenten vanaf 2026 mogelijk wordt.

4.1.2

Er is meer toezicht en ondersteuning voor energiemaatregelen bij bedrijven en maatschappelijke organisaties

In 2025 zijn de ontzorgingsprogramma’s voor maatschappelijk vastgoed en MKB, de Utrechtse plus voor sportinstellingen (zie ook 3.4.5) en het programma verduurzaming bedrijventerreinen voortgezet. Ook is gestart met de aanpak voor Cluster 6: de top 50 grootste energieverbruikers. Met deze programma’s bieden we niet alleen inzicht in energiemaatregelen, maar begeleiden we organisaties ook zo ver mogelijk in het investeringstraject. We hebben hierbij nauw samengewerkt met de omgevingsdiensten, zodat toezicht en ondersteuning goed op elkaar aansluiten en capaciteit en middelen efficiënt worden ingezet.

4.1.2.1

1 januari 2026 zijn voor minimaal 700 maatschappelijke gebouwen energiescans en adviesrapporten opgesteld, waarvan de realisatie wordt gemonitord.

Resultaat:

4.1.2.2

1 mei 2027 zijn op minimaal 27 bedrijventerreinen en voor minimaal 451 bedrijven energiescans en energiebesparende adviezen opgeleverd, waarvan de realisatie wordt gemonitord. In de 2025 is de organisatie hiervoor regionaal en lokaal operationeel en is het doel om tenminste voor 51 bedrijven de eerste scans en adviezen gereed te hebben.

Resultaat:

4.1.2.3

In 2025 zijn bij minimaal 750 bedrijven controles op de energiebesparingsplicht en bijbehorende informatieplicht uitgevoerd.

Resultaat:

4.1.3

Meer zonnepanelen op daken

In 2025 is via de RES-regio's veelvuldig aandacht geweest voor meer zonnepanelen op daken. In de RES-regio Utrecht is met provinciale subsidie een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd naar 13 locaties voor publieke solar carports. Voor 7 van de 13 locaties zijn businesscases opgesteld. Samen met de RES-regio's wordt nu nagedacht over een vervolg waardoor de locaties naar realisatie gebracht kunnen worden.  Meer dan 70 eigenaren van grote daken hebben een provinciale subsidie ontvangen voor netcongestie-oplossingen door middel van opslag. Uit de provinciale monitor zon op dak (2025) is gebleken dat het aantal geplaatste zonnepanelen op daken gegroeid is.  

4.1.3.1

Er is actuele informatie beschikbaar voor eigenaren van grote daken over opwekmogelijkheden in tijden van netcongestie.

Resultaat:

4.1.3.2

Minimaal 10 projecten voor netcongestie-oplossingen bij zon op dak zijn met subsidie ondersteund.

Resultaat:

4.1.3.3

Er is subsidie verstrekt voor de realisatie van minimaal 3 solar carports.

Resultaat:

Er is in 2025 subsidie verstrekt aan één solar carportproject. Voor 2 solar carports zijn subsidieaanvragen in behandeling.

4.1.4

Het aandeel duurzame warmtebronnen voor de verwarming van gebouwen is groter

Onderzoeksboringen door Energie Beheer Nederland (EBN) in de Bilt en Ede hebben in 2025 aangetoond dat een deel van de provincie kansrijk lijkt voor geothermie. Nadere studies zijn gestart om dit concreter te maken. Ook zijn nadere studies uitgevoerd en gestart naar de kansen die diverse rioolwaterzuiveringen en oppervlaktewateren bieden. Deze studies dragen bij aan bredere verkenningen die gemeenten met steun van de provincie doen naar de haalbaarheid van een warmtenet. In mei 2025 hebben provincie Utrecht, Netverder en EBN een intentieovereenkomst getekend inzake het oprichten van een Utrechts Warmteondersteuningsbedrijf (UWO).  

4.1.4.1

Er zijn 15 locaties/zoekgebieden voor grootschalige duurzame warmtewinning waar de provincie ondersteuning biedt.

Resultaat:

4.1.4.2

Er ligt een voorstel voor Provinciale Staten dat voldoende informatie biedt om een besluit te nemen over deelname van de provincie in een provinciaal warmtebedrijf.

Resultaat:

In oktober 2025 heeft EBN aangegeven dat zij alleen met het UWO verder kunnen als het UWO ook de rol van regionaal warmtebedrijf in gaat vullen. Er is een tussenfase in de besluitvorming ingelast om als provincie Utrecht een goede afweging te kunnen maken over deelname aan een ‘UWO+’ dat zowel een ondersteuningsbedrijf als een warmtebedrijf moet worden. De besluitvorming over deelname is om die reden doorgeschoven naar 2026.  

4.2.1

De groei van duurzame energie is ruimtelijk beter mogelijk gemaakt

In 2025 zijn we met vier projectbesluitprocedures voor windenergie gestart in de RES-regio Utrecht. We hebben ook vastgelegd hoeveel opwek er in gemeentelijke windenergieprojecten gerealiseerd moet worden in deze regio. Daarnaast zijn we voor RES-regio Amersfoort, in samenwerking met gemeenten, een nadere analyse gestart voor aanvullende windenergielocaties ten behoeve van het daar opgetreden planuitval. Verder is er nader onderzoek gestart voor een windlocatie in Rhenen in regio Foodvalley. We ondersteunden gemeenten de Bilt, Amersfoort en Utrecht met hun verdere plannen voor windenergie. Verder ondersteunden we gemeenten bij hun ontwikkelingen voor zonnevelden onder andere in de OER-trajecten.

4.2.1.1

Voor alle projecten om in totaal 2,4 TWh duurzame energie op te wekken zijn de ruimtelijke procedures gestart of doorlopen.

Resultaat:

RES-regio U16 ligt met de aanvullende provinciale projectbesluiten op koers. In Foodvalley wordt nader onderzoek uitgevoerd naar windenergie in Rhenen, maar de volledige opgave wordt nog niet gehaald. In RES-Amersfoort wordt vanwege planuitval (besluit Defensie) de opgave nog niet gehaald. In totaal moet er nog voor circa 0,3 TWh aan ruimtelijke procedures gestart worden.  

4.2.1.2

Voor alle OER-trajecten is minimaal, indien de ruimtelijke procedure nog niet is gestart, een tender voor gronduitgifte in voorbereiding.

Resultaat:

Voor twee van de vier OER-trajecten waar we als provincie aan deelnemen worden tenderprocedures voorbereid. De twee andere trajecten liggen momenteel stil, vanwege ontwikkelingen in het kader van het MIRT-project Knooppunt Hoevelaken, uitdagingen rondom netcongestie en capaciteitsproblemen bij Rijkswaterstaat.

4.2.2

Meer inwoners doen mee en participeren in de energietransitie

Dankzij de ondersteuningsstructuur voor energiecoöperaties en andere bewonersinitiatieven worden steeds meer inwoners betrokken bij energieprojecten. Het Servicepunt van Energie van Utrecht heeft ook in 2025 basisondersteuning geboden aan energiecoöperaties die met opwekprojecten aan de slag zijn. Ook hebben energiecoöperaties gebruik gemaakt van de provinciale subsidieregeling. Door een provinciale lening van € 5 miljoen aan het Ontwikkelfonds konden weer nieuwe coöperatieve wind- en zonprojecten gefinancierd worden. Energiecoöperaties lopen wel aan tegen ongunstige marktomstandigheden (netcongestie, businesscase), waardoor meerdere projecten (nog) geen doorgang konden vinden.     

4.2.2.1

Minimaal 50% lokaal eigendom en zeggenschap is verankerd in alle omgevingsovereenkomsten die in 2025 bij windenergieprojecten gesloten worden.

Resultaat:

Er zijn in 2025 nog geen omgevingsovereenkomsten gesloten. Er zijn wel voorbereidingen getroffen voor de omgevingsovereenkomsten waar lokaal eigendom belangrijk onderdeel van is. Minimaal 50% lokaal eigendom is in beeld bij alle windenergieprojecten die nu lopen, zowel waar gemeenten bevoegd gezag zijn als waar de provincie dat is.

4.2.2.2

Alle gemeenten die met zon op land aan de slag gaan hebben beleid waar lokaal eigendom en zeggenschap onderdeel van is en energiecoöperaties zijn in positie om de uitvoering op te pakken.

Resultaat:

4.2.2.3

Energiecoöperaties zijn bekender en beminder. Dit vertaalt zich in een groter aantal leden en/of deelnemers aan activiteiten/acties van energiecoöperaties.

Resultaat:

De campagne Kracht van Samen heeft in 2025 gelopen om energiecoöperaties te helpen bekender en beminder te worden. Meerdere coöperaties hebben hierdoor meer bekendheid gekregen en een aantal is nu zelf ook actief met een lokale vervolgcampagne. Echter, ontbreken de gegevens om aan te kunnen tonen dat dit heeft geleid tot een groter aantal leden. Dit zal in 2026 verder gemonitord worden.

4.3.1

Wet- en regelgeving zijn beter afgestemd op energietransitie (lobby)

We hebben in 2025 samen met partners ingezet op het onder de aandacht brengen van de Utrechtse belangen. Samen met de gemeente Amersfoort hebben we een werkbezoek voor Kamerleden georganiseerd over de warmtetransitie en energiehubs. In 2025 is de meeste aandacht uitgegaan naar de belangen van netcongestie. Daarvoor zijn, samen met onze partners, diverse brieven, position papers en andere lobbydocumenten opgesteld. Ook zijn er bijeenkomsten georganiseerd over netcongestie voor stakeholders. Dit heeft geresulteerd in veel Haagse aandacht voor de netcongestie in de provincie Utrecht.  

4.3.1.1

Er zijn concrete stappen gezet in het realiseren van de lobbydoelen die op basis van de Energievisie en geïdentificeerde prioriteiten zijn geselecteerd.

Resultaat:

4.3.1.2

Samen met partners (onder andere gemeenten en het IPO) zijn lobbyactiviteiten zoals het organiseren van werkbezoeken, het voeren van lobbygesprekken en het schrijven van lobbybrieven uitgevoerd.

Resultaat:

4.3.2

Innovaties leveren een grotere bijdrage aan duurzame energievoorziening

In 2025 lag de nadruk op de ontwikkeling van energiehubs. Hierbij is nauw samengewerkt met netbeheerders, gemeenten en bedrijven. Het doel is om eind 2027 20 hubs te realiseren. In 2024 is de eerste energiehub gerealiseerd op Lage Weide. In 2025 zijn veel initiatieven ondersteund, maar geen nieuwe hubs gerealiseerd. Daarnaast zijn vijf innovatieprojecten ontwikkeld met steun van de provincie. Een van de projecten is MOOI SYMPHONIE waarin innovatieve stuurmechanismen en slimme tools ontwikkeld worden om energievraag en -aanbod beter af te stemmen. Het project kreeg € 4 miljoen subsidie van het Rijk.  

4.3.2.1

5 innovatieprojecten zijn ondersteund die de energietransitie in Utrecht versnellen.

Resultaat:

4.3.2.2

10 energiehubs zijn ondersteund en 4 energiehubs zijn gerealiseerd.

Resultaat:

In 2025 ondersteunden we 20 potentiële energiehubs bij het voorbereiden van Groepstransportovereenkomsten (GTO). Door onaantrekkelijke voorwaarden van de netbeheerder en onduidelijke ACM-regelgeving zijn er geen overeenkomsten gesloten en dus ook geen nieuwe energiehubs gerealiseerd. De voorwaarden en de regelgeving zijn verbeterd, maar een GTO blijft voor velen onvoldoende aantrekkelijk. We verwachten voor 2026 alsnog 3 tot 5 overeenkomsten en daarnaast de start van enkele andere energiehubs.  

4.3.3

De energietransitie is beter betaalbaar voor iedereen (passende financiële instrumenten)

In 2025 hebben we getest of het mogelijk is om financieel advies onderdeel van het proces te laten zijn binnen het Meerjarig Collectief Ontzorgingsprogramma (MCO-programma) van het Energie Diensten Centrum (EDC). Vanwege gebrek aan belangstelling heeft de pilot vooralsnog geen vervolg gekregen. Ook is een pilot uitgevoerd om de mogelijkheid te verkennen om ISDE-subsidie door gemeenten voor te laten schieten zodat woningeigenaren in de lagere inkomensgroepen dit niet zelf hoeven te doen. Via het Servicepunt Energie en onze subsidieregeling (UsET) hebben we coöperaties ondersteund bij het opzetten van energieprojecten waar ook huishoudens met een kleine beurs aan mee kunnen doen.

4.3.3.1

Een afgeronde pilot voor financieel advies en (bij goed resultaat) opschaling binnen het gehele MCO-programma. Binnen dit programma worden ook de extra middelen voor grootschalige isolatie ingezet (Statenvoorstel Plan inzet middelen versnelling energietransitie).

Resultaat:

4.3.3.2

Ten minste 14 gemeenten maken binnen het MCO-programma gebruik van de mogelijkheid om ISDE voor te schieten.

Resultaat:

In 2025 is een pilot uitgevoerd in de gemeente Nieuwegein om de mogelijkheid van het voorschieten van ISDE te verkennen. Uit deze pilot bleek dat het voorschieten, mede door Rijksvoorwaarden en administratieve vereisten, lastig inpasbaar is in het MCO-proces en een hoge belasting vormt voor bewoners. Er is daarom gekozen voor een alternatieve aanpak, waarbij bewoners actief worden ondersteund bij het indienen van hun ISDE-aanvraag.

4.3.3.3

Een voorbeeldproject van energiecoöperaties waarin huishoudens met een kleine beurs deel kunnen nemen.

Resultaat:

Er zijn meerdere projecten van energiecoöperaties ondersteund waarin mogelijkheden zijn voor huishoudens met een kleine beurs om deel te nemen. In 2025 is nog geen voorbeeldproject gerealiseerd, omdat projecten voor grootschalig opwek nog niet ver genoeg zijn. Er zijn wel projecten in voorbereiding waar hier kansen voor zijn.

4.4.1

Het elektriciteitsnetwerk wordt slimmer en beter gebruikt

Er zijn normen ontwikkeld voor netbewuste nieuwbouw, deze zijn meegenomen in de voorgestelde wijzigingen van de omgevingsverordening. Daarbij wordt ingezet op kennisdeling naar projectontwikkelaars en gemeenten. Zo wordt er een handreiking ontwikkeld voor gemeentelijke warmteprogramma’s. Ook vindt er een verbreding van de aanpak plaats met o.a. netbewust laden in het OV, netbewust verduurzamen in de bestaande bouw en een verkenning naar off-grid bedrijventerreinen.  

4.4.1.1

Er zijn minimaal 12 bijeenkomsten (online en fysiek) georganiseerd voor Communities of practice voor energiehubs (zie ook meerjarendoel 4.3.2), nieuwbouw en energiewerkplaatsen met minimaal 100 unieke deelnemers.

Resultaat:

4.4.1.2

Start programmatische aanpak netbewuste nieuwbouw in samenwerking met kennispartners, marktpartijen, rijk en andere provincies.

Resultaat:

4.4.2

De ruimtelijke inpassing van netuitbreidingen gebeurt sneller

Voor de grote netuitbreidingen in de provincie Utrecht constateren we helaas dat de oorspronkelijke ingebruikname datum voor de belangrijkste projecten niet worden gehaald. Deze projecten (Utrecht Noord en Amersfoort Noord) blijken complexer dan waar eerder rekening mee is gehouden. Naast ruimtelijke inpassing zijn er verschillende oorzaken voor vertraging zoals problemen bij grondverwerving, uitvoering die complexer blijkt dan vooraf gedacht en verwachte weerstand vanuit de omgeving in bezwaarprocedures.  

4.4.2.1

Betere samenwerking tussen netbeheerders en overheden waardoor processen sneller verlopen.

Resultaat:

4.4.2.2

De ruimtelijke procedures zijn voor de netbeheerders en betrokken gemeenten begrijpelijk en herleidbaar.

Resultaat:

De ruimtelijke procedures zijn wettelijk vastgelegd in de Omgevingswet en daarom voor de netbeheerders en de gemeente herleidbaar. Voor hoogspanningsinfrastructuur worden deze procedures onder de nieuwe omgevingswet nu voor het eerst doorlopen. Intern is er een werkproces voor het voeren van deze nieuwe ruimtelijke procedure en daarop zullen we voortdurend reflecteren

4.4.2.3

Partijen zijn hierdoor gezamenlijk in staat om de ingebruiknamedatum (IBN) van netuitbreidingen naar voren te halen.

Resultaat:

In juni 2025 zijn door de netbeheerders vertragingen gecommuniceerd voor de cruciale stations, waarbij met name de vertraging bij Utrecht Noord ervoor zorgt dat de congestieperiode in de provincie Utrecht tot in ieder geval 2033 duurt. De oorzaak van deze vertraging ligt in de zoektocht naar een geschikte locatie, grotere technische complexiteit dan eerder gedacht en verwachte bezwaarprocedures. Samen met de projectpartners (het Rijk, netbeheerders en gemeenten) blijft de inzet onverminderd om de vertragingen te minimaliseren.

4.4.3

Er is meer integraliteit in de programmering van de energie-infrastructuur

Met het pMIEK 2.0 is een stap gezet richting een meer integrale programmering van Energie-infrastructuur. Op basis van provinciale ambities en verwachte ontwikkelingen op het gebied van wonen, werken, mobiliteit en opwek zijn In het pMIEK 2.0 concrete pMIEK projecten geïdentificeerd. Deze projecten zijn van belang om zo veel mogelijk maatschappelijke waarde te realiseren. Daarnaast worden verkenningsprojecten gestart naar de modaliteiten warmte, waterstof en de benodigde elektriciteitsinfrastructuur richting 2040/2050. Een uitbreiding van de energietoets met normen voor netbewuste nieuwbouw is opgenomen in de voorgestelde wijziging van de omgevingsverordening.

4.4.3.1

De netbeheerders zijn beter in staat te prioriteren in hun investeringsplannen.

Resultaat:

4.4.3.2

De energietoets zorgt ervoor dat we eerder zicht krijgen op ruimtelijke ontwikkelingen met een grote energievraag.

Resultaat:

4.5.1

Betere inbedding van circulair in het provinciale beleid en de uitvoering door het uitvoeren van de middellange termijnstrategie circulaire samenleving

Er is uitvoering gegeven aan de maatregelen van de uitvoeringsagenda Circulaire Samenleving 2025-2027. Daarbij is bijgedragen aan de focusthema’s Opdrachtgeverschap, inkoop en subsidies (inclusief MVOI), ruimtelijk beleid (incl. omgevingsvisie), circulair (ver)bouwen, vergunning, toezicht en handhaving, bedrijven en ketens en overige coördinatietaken. In Q4 2025 is PS geïnformeerd over de voortgang op de verschillende dossiers.  

4.5.1.1

Groter aandeel circulaire inkoop door de provinciale organisatie (link met manifest MVOI) en circulariteit is beter verankerd in provinciaal beleid, waaronder de omgevingsvisie.

Resultaat:

4.5.1.2

Bedrijven gaan zuiniger om met grondstoffen door circulaire vergunningverlening én ondersteuning van ketens en bedrijven.

Resultaat:

4.5.1.3

Kennis over circulariteit en de bekendheid en toepassing daarvan groeit en de eerste monitoringsrapportage circulaire samenleving voor PS is opgeleverd.

Resultaat:

4.6.1

Betere sturing op de doelen voor klimaatmitigatie door het uitvoeren van de Utrechtse Klimaataanpak naar Netto Nul

In 2025 is een start gemaakt met de realisatie van de Uitvoeringsagenda De Utrechtse Klimaataanpak. Dit betekent onder andere dat er met diverse klimaattafels is gewerkt aan het verwerken van klimaatdoelen in provinciale beleidsstukken. Bovendien is gewerkt aan de klimaatparagraaf, lobby en monitoring.  

4.6.1.1

Klimaatparagraaf in de begroting en het jaarverslag en stand van zaken op het gebied van reductie van broeikasgassen.

Resultaat:

4.6.1.2

Er zijn concrete stappen gezet in het realiseren van de lobbydoelen en kansen en risico’s te vertalen naar standpunt en strategie en vervolgacties.  

Resultaat:

4.6.1.3

Actuele en sturende klimaatdata en een gedegen klimaatmonitoring en rapportagesysteem.

Resultaat:

Deze pagina is gebouwd op 05/11/2026 07:53:07 met de export van 05/05/2026 12:33:08