5. Bereikbaarheid: Publieke mobiliteit

Wat heeft het gekost?

5. Bereikbaarheid - publieke mobiliteit

Rekening 2024

Begroting 2025 Primitief

Begroting 2025 Bijgesteld

Rekening 2025

Verschil

P5-1 Versterken netwerk

-8.293

-12.268

-9.285

-4.944

4.341

P5-2 Duurzaam concessiemanagement

-140.034

-112.827

-146.547

-149.917

-3.371

P5-3 Aantrekkelijke knooppunten

-2.509

-1.552

-3.481

-4.777

-1.296

P5-4 Duurzaam beheer en realisatie van OV-inf

-29.733

-31.005

-29.274

-33.906

-4.632

Totaal exploitatie

-180.571

-157.652

-188.586

-193.544

-4.958

Mutaties reserves

Onttrekkingen

22.011

29.041

42.025

42.025

0

Stortingen

-13.685

-3.576

-2.421

-3.277

-856

Totaal mutaties reserves

8.326

25.465

39.604

38.748

-856

Totaal 5. Bereikbaarheid - publieke mobiliteit

-172.245

-132.187

-148.982

-154.797

-5.814

Toelichting belangrijkste verschillen

  • Lagere lasten omtrent de transitie van Publieke Mobiliteit omdat de nadere uitwerking van deze transitie meer tijd en voorbereiding nodig heeft dan oorspronkelijk bedacht.
  • Hogere lasten voor Duurzaam concessiemanagement vanwege een nadelig effect bij malusregelingen bij prestaties die afwijken van de contractafspraken. De hieraan gekoppelde boetes zijn opgelegd, maar de feitelijke verrekening vindt plaats met de eindafrekening over het betreffende jaar.
  • Hogere lasten vanwege de hogere afrekening van het infraproject Stationsgebied Driebergen-Zeist. In de primaire begroting was een reservering gemaakt voor restpunten van dit infraproject. Dit bedrag is onterecht bij de Najaarsnota vrijgevallen. Aangezien de provincie in dit project optreedt als kassier voor de provincie zelf en de betrokken gemeenten, dient de inbreng aan die gemeenten nog volgens de afgesproken verhouding te worden terugbetaald.
  • Lagere baten doordat de specifieke uitkering Decentraal Spoor niet meer als specifieke uitkering wordt uitgekeerd, maar als decentralisatie uitkering. Hierdoor zijn de middelen via het provinciefonds onder de algemene middelen opgenomen. Verder is er sprake van lagere lasten bij vast en variabel onderhoud vanwege de late start van de voorbereidingen op projecten en lange doorlooptijden van inkooptrajecten.

Voor een uitgebreide analyse van de afwijkingen van de verschillende beleidsprogramma’s verwijzen wij u naar hoofdstuk 4.6.5 van de jaarrekening.

Deze pagina is gebouwd op 05/11/2026 07:53:07 met de export van 05/05/2026 12:33:08