Motorrijtuigenbelasting (MRB) wordt geheven over het bezit van een motorvoertuig. De Belastingdienst verzorgt de heffing en inning van de motorrijtuigenbelasting, waarbij zij de inkomsten vanuit de provinciale opcenten afdragen aan de provincie.
De grondslag voor het heffen van opcenten is de Verordening op de heffing van opcenten op de hoofdsom van de Motorrijtuigenbelasting provincie Utrecht (vastgesteld door Provinciale Staten op 27 juni 2011).
Het tarief voor de opcenten bedroeg in 2025 in de provincie Utrecht 84,2. Hiermee ligt het tarief onder het landelijke gemiddelde.
De gerealiseerde opbrengst aan opcenten over 2025 bedraagt € 164,1 miljoen. Dit is € 4,5 miljoen lager dan geraamd in de bijgestelde begroting 2025. Het verschil wordt grotendeels veroorzaakt door rekenfouten van de Belastingdienst. Hieronder wordt dit nader toegelicht.
In de primaire Begroting 2025 is voor de opcenten een opbrengst geraamd van € 163,5 miljoen. Die opbrengst was gebaseerd op de raming die het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft geformuleerd in de meicirculaire Provinciefonds van 2024 en rekening houdend met het vanaf 2025 deels belasten van zeer zuinige auto’s. In de Voorjaarsrapportage 2025 is de verwachte opbrengst bijgesteld naar € 168,1 miljoen. Dit was de door de Belastingdienst geraamde opbrengst die wij ontvingen in januari 2025. Deze gewijzigde raming paste ook in het beeld dat er in het begin van 2025 een groei van het aantal motorvoertuigen te zien was in de provincie Utrecht en de opbrengsten die wij over de eerste maanden van de Belastingdienst hadden ontvangen.
Vervolgens werd bekend dat de Belastingdienst de opbrengst aan opcenten van de provincies over een aantal maanden in 2024 en 2025 onjuist had berekend met als gevolg dat alle provincies te veel aan opbrengst uitgekeerd hadden gekregen. De foutieve berekening van de Belastingdienst had daarbij ook de basis gevormd voor de bijgestelde raming in de Voorjaarsrapportage 2025. Rekening houdend met de gemaakte fout en het feit dat de Belastingdienst in 2025 de te veel betaalde opbrengst zou verrekenen met de nog te ontvangen bedragen is in de Najaarsrapportage 2025 de verwachte opbrengst bijgesteld naar € 162,6 miljoen.
Uit de septembercirculaire Provinciefonds bleek vervolgens dat de verwachte opbrengst toch hoger uit zou vallen dan in de Najaarsrapportage geraamd. Op grond van de raming in de septembercirculaire en rekening houdend met de correctie van de fout van de Belastingdienst is de verwachte opbrengst bijgesteld naar € 168,6 miljoen.
Uit de eindejaarsopgave van de Belastingdienst blijkt nu dat de werkelijke opbrengst over het jaar 2025 is uitgekomen op € 172,6 miljoen. Na de verrekening van de te veel ontvangen bedragen over 2024 van € 4,5 miljoen en 2025 van € 3,4 miljoen resteert hiervan een opbrengst van € 164,7 miljoen.
In januari en februari 2026 heeft de Belastingdienst opnieuw fouten geconstateerd in de berekening van de opbrengst van de opcenten over 2024 en 2025. Uit een eerste correctie hiervan is gebleken dat de provincie € 0,6 miljoen te veel heeft ontvangen. Dit bedrag is al in mindering gebracht op de opbrengst over 2025 waardoor deze uiteindelijk uitkomt op € 164,1 miljoen. Bij de uitbetaling van de opbrengst aan opcenten over de maand maart 2026 zal een tweede correctie plaatsvinden ten gunste van de provincie. Omdat de hoogte van dit te ontvangen bedrag nog niet bekend is, is dit in de opbrengst over 2025 niet verdisconteerd.
Deze gecorrigeerde opbrengst valt lager uit dan op basis van de septembercirculaire was geraamd. Hiervoor zijn een aantal oorzaken aan te wijzen:
- foutieve en onvolledige informatie van de Belastingdienst, waaronder het ten onrechte aan provincies uitbetalen van opbrengst voor vrachtauto’s en autobussen en het niet uitbetalen van opbrengst voor voertuigen met handelaarstekens;
- een lagere groei in het aantal belaste voertuigen in de tweede helft van 2025;
- bij de raming van de opbrengst hebben wij onvoldoende rekening gehouden met seizoensinvloeden (onder meer schorsing van campers en motoren tijdens herfst- en wintermaanden);
- inconsistenties tussen de van de Belastingdienst ontvangen maandelijkse overzichten van aantallen belaste voertuigen per provincie en de feitelijke opbrengst per maand. Hierover volgt in 2026 nader overleg tussen provincies en Belastingdienst.
De provincies voeren momenteel overleg met de Belastingdienst om te komen tot verbeterde informatievoorziening inzake de opcenten motorrijtuigenbelasting, verdergaande automatisering van het proces bij de Belastingdienst en de aanpassing van het convenant tussen provincies en Belastingdienst over het innen en verwerken van de opbrengst aan opcenten. Dit moet ertoe bijdragen dat fouten zo veel mogelijk worden voorkomen en de provincies een beter inzicht en meer controle krijgen op de te verwachten opbrengsten.
Provincie | 2021 | 2022 | 2023 | 2024 | 2025 |
|---|---|---|---|---|---|
Zuid-Holland | 90,4 | 91,8 | 95,7 | 98,7 | 101,5 |
Gelderland | 89,5 | 90,6 | 93,0 | 97,9 | 101,2 |
Groningen | 93,3 | 94,5 | 95,7 | 95,7 | 95,7 |
Friesland | 87,0 | 87,0 | 87,0 | 87,0 | 92,1 |
Drenthe | 92,0 | 92,0 | 92,0 | 92,0 | 92,0 |
Limburg | 77,9 | 79,1 | 80,6 | 83,1 | 85,8 |
Noord-Brabant | 78,4 | 79,6 | 80,8 | 82,8 | 84,9 |
Zeeland | 89,1 | 82,3 | 82,3 | 84,4 | 84,4 |
Utrecht | 74,9 | 77,5 | 79,4 | 81,9 | 84,2 |
Flevoland | 81,4 | 82,2 | 82,2 | 83,0 | 83,9 |
Overijssel | 79,9 | 79,9 | 79,9 | 82,2 | 82,2 |
Noord-Holland | 67,9 | 67,9 | 67,9 | 77,4 | 77,4 |
Gemiddeld | 83,5 | 83,7 | 84,7 | 87,4 | 88,8 |
Maximaal tarief | 116,8 | 118,4 | 125,8 | 138,3 | 147,1 |
